Hulpmiddelen bij slechtziend/blind én slechthorend/doof zijn

Een beperking in horen én zien

U kunt slechtziend/blind of slechthorend/doof zijn. Een beperking van de zintuigen horen én zien samen wordt ook ‘doofblindheid’ genoemd. U hoeft hiervoor niet volledig doof en blind te zijn. Deze combinatie van klachten en beperkingen hebben een grote invloed op uw leven en welzijn. 
Hulpmiddelen voor doven zijn niet zomaar te combineren met hulpmiddelen voor blinden. Deze combinatie van beperkingen zorgt voor nieuwe, eigen vraagstukken en uitdagingen. Hieronder vindt u de medische definitie van doofblindheid, de onderverdeling van groepen met hun mogelijkheden en de hulpmiddelen die u kunnen ondersteunen op het gebied van: communicatie, mobiliteit en zelfredzaamheid.

Hedda heeft het syndroom van Usher: Zo is het om te leven met doofblindheid. Bron: YouTube RTL Nieuws.

Wordt de video niet getoond? Ga dan rechtstreeks naar YouTube.

Medische definitie van doofblindheid

Verstaat u iemand die fluistert niet meer (geluidsterkte van 30 decibel), dan bent u slechthorend. Een ander voorbeeld: bij 50 decibel gehoorverlies hoort u het aanslaan van de koelkast of het voorbij rijden van een auto niet meer. Meer informatie over mate van gehoorverlies op Hoorwijzer.nl
Van slechtziendheid is sprake als uw zicht niet of nauwelijks met een bril te verbeteren (corrigeren) is. Het zicht is minder dan 30% (u ziet alles wazig of de grote hersenen vervormen het beeld) en/of uw gezichtsveld is kleiner dan 30 graden. U ziet bijvoorbeeld alleen het midden van het beeld. De zijkant, boven- en onderkant vallen weg en zijn voor u onzichtbaar.

Als u beide beperkingen in bovengenoemde mate heeft, valt u in de medische benaming doofblind.

Vormen van doofblindheid

De verschillen tussen mensen die niet goed zien én niet goed horen zijn groot. Iedereen ervaart het leven met haar of zijn beperkingen anders. Op basis van leeftijd onderscheiden we aangeboren (congenitaal) of niet-aangeboren doofblindheid. Bij de niet-aangeboren vorm is er een tweede verdeling: verworven doofblindheid en ouderdomsdoofblindheid.
Er zijn dus globaal drie vormen van doofblindheid*:
  • Aangeboren doofblindheid: hiervan is sprake wanneer iemand doofblind wordt voor de geboorte, rond de geboorte, of in het eerste levensjaar. De doofblindheid openbaart zich vóór de start van de taalontwikkeling (Dammeyer, 2010**).
  • Verworven doofblindheid: hiervan is sprake wanneer iemand doofblind wordt na de start van de taalontwikkeling (Dammeyer, 2010), die gesitueerd wordt in het eerste levensjaar.
  • Ouderdomsdoofblindheid: hiervan is sprake wanneer iemand doofblind wordt na het 55e levensjaar (Vaal e.a., 2007***). Dit is de meest voorkomende vorm van doofblindheid.
Aangeboren (congenitale) doofblindheid
Wanneer er sinds de geboorte of vlak daarna al sprake is van beperkt zijn in zien én horen, is er sprake van een aangeboren doofblindheid. Dus vóór de start van de taalontwikkeling.  In Nederland zijn er 3.600-4.000 mensen met aangeboren doofblindheid.  De kenmerken zijn:
  • Verminderde toegang tot de wereld om zich heen.
  • De ontwikkeling van de verwerking van informatie door de hersenen (denkvermogen of cognitie) verloopt langzamer.
  • Informatie komt fragmentarisch binnen.
  • Taalontwikkeling gaat niet vanzelf.
Verworven doofblindheid
Ongeveer 1.000 tot 1.500 personen in Nederland vallen onder verworven doofblindheid. Zij zijn op jonge of volwassen leeftijd doofblind geworden en door een normale taalontwikkeling blijft communicatie met anderen, soms met aanpassingen, mogelijk. Wel zijn ze door beperking in zicht en gehoor afhankelijk geworden van hulpmiddelen en van hun omgeving.

Ouderdomsdoofblindheid
Naar schatting de grootste groep doofblinden is na het 55ste levensjaar minder gaan zien én horen. Ouderdomsdoofblindheid neemt door de vergrijzing verder toe en de aantallen lopen op per leeftijdsgroep. Boven de 80 jaar zijn dit ongeveer 80.000 mensen.
Omdat ze niet volledig doof of blind zijn, herkennen zij zich niet in de term doofblindheid. De term ‘een beperking in zien en horen’ past meer bij hen.
Kenmerken van deze groep:
  • Het gehoor en zicht gaat langzaam achteruit.
  • Ze zoeken meestal geen hulp en de beperkingen worden vaak verward met dementie.
  • Vaak worden ze onzeker en angstig, zonder dat ze zelf begrijpen waarom.
  • Ze vertonen vaak geleidelijk aan gedragsveranderingen, waarvan ze zich niet bewust zijn.

Hulpmiddelen bij doofblindheid

Bij beperking in horen én zien gebruikt u, naast uw restgehoor en restzicht (restvisus), uw andere zintuigen (voelen, ruiken, proeven).
Hulpmiddelen die u via de tast(voelen) ondersteunen op het gebied van communicatie, mobiliteit en zelfredzaamheid kunt u vinden op onze filterpagina: Hulpmiddelen bij mensen die slechtziend/blind én slechthorend/doof zijn. Aan de linkerkant vindt u dan een filtermogelijkheid per activiteit.
Voorbeelden voor tast hulpmiddelen zijn trilklok, brailleleesregel, trilontvanger en een vloeistofindicator. Nieuwe techniek kan ook behulpzaam zijn, bijvoorbeeld de slimme deurbel.
Bezoek ook onze pagina’s:
Hulpmiddelen bij slechtziend of blind.
Hulpmiddelen bij slechthorend of doof.

Vergoedingswijzer

Er zijn veel verschillende hulpmiddelen die niet/wel vergoed worden door de zorgverzekeraar/gemeente/ UWV/Fonds. Wel of niet met een eigen bijdrage. Meer informatie vindt u op de specifieke pagina over het hulpmiddel op de Hulpmiddelenwijzer.

Meer informatie

DB-Connect is het landelijk expertisecentrum doofblindheid voor iedereen die een beperking in horen én zien heeft, hun omgeving en verwijzers. DB-connect heeft een informatiepunt met deskundigen, uit de samenwerkende organisaties (Bartiméus, GGMD, Kalorama, Koninklijke Kentalis en Visio). Heeft u vragen? DB-connect is elke werkdag van 10:00 tot 12:00 uur telefonisch bereikbaar via 085 065 45 90 en per mail via contact@dbconnect.info.
Belangenverenigingen, bijvoorbeeld:
Oogvereniging OOR & OOG, Doofblinden.net, heeft oog voor de belangen van doofblinde mensen, ouders, andere betrokkenen. Samen met andere organisaties hebben ze keuzehulpen voor hoorhulpmiddelen, tolkvoorzieningen en zorg/Wmo ontwikkeld. Bekijk alle keuzehulpen op de portal sterkerdoor.nl.
Doof.nl: lezen, kijken, weten en doen.
Binnen Stichting Ushersyndroom zijn veel mensen actief die zelf Ushersyndroom hebben dan wel partner, ouder of vriend zijn van iemand met Ushersyndroom. Allemaal met een eigen verhaal en ervaring.


Meer weten over kiezen of kopen van hulpmiddelen?

 

Over deze pagina

De inhoud van deze pagina en de afzonderlijke pagina’s van de diverse hulpmiddelen zijn tot stand gekomen door samenwerking met Deelkracht, hier werken onderzoekers, professionals en ervaringsdeskundigen samen aan één einddoel: een samenleving die ook met een zintuiglijke beperking toegankelijk is. Met elkaar voeren wij het door ZonMw erkende meerjarig deelsector plan uit.

Met grote dank aan DB-connect, bron van informatie.

*
Bron van tekst: Damen, Saskia en Mijkje Worm. 2013. Aangeboren doofblindheid: het ondersteunen van kinderen en volwassenen met beperkingen in zien en horen sinds de geboorte of vlak daarna. Bartiméus Reeks. Zeist: Bartiméus.
**Dammeyer, J. (2010). Prevalence and aetiology of congenitally deafblind people in Denmark. International Journal of Audiology, 49(2), 76−82.
***Vaal, J., Gussekloo, J., De Klerk, M., Frijters, D., Evenhuis, H., Van Beek, A., & Deeg, D. (2007).Combined vision and hearing impairment: In an estimated 30,000-35,000 people aged 55 years or over in the Netherlands. Nederlands Tijdschrift Voor Geneeskunde, 151(26), 1459−1463.

Inhoud

 

Bedankt voor uw feedback!

Met uw feedback kunnen we onze website nog beter maken. Klik op het kruisje om verder te gaan.

Deel deze pagina

U kunt hier meer informatie vinden over het delen op social media. Door te klikken op één van onderstaande knoppen wordt u direct doorverwezen naar de betreffende social media.

Facebook Twitter LinkedIn

Bedankt voor uw feedback!

Zou u ons een toelichting willen geven op de feedback?
Klik hier voor het formulier